Laura Eckert


NN33
Her

Laura Eckert (1983) is een jonge beeldhouwer uit Leipzig. In haar indrukwekkende, figuratieve beelden, meestal bigger than life, gemaakt uit hout en steen, staat de mens steeds centraal. Ze focust zich op het lichaam en het portrethoofd, waarmee ze wil doordringen tot de onderlinge relaties tussen culturele, sociale, biologische en psychologische aspecten. Eckert hakt haar houten portretkoppen op robuuste, maar afgewogen wijze. Ze gebruikt voor haar beelden gerecycleerde materialen die ze tot een sculptuur verwerkt. Het vertrouwde, alledaagse materiaal: sloophout, vloerdelen, balken, plinten, krijgt zo een nieuwe bestemming. Eckert verlijmt haar hout in lagen waaruit ze haar figuren maakt, de verschillende lagen staan in contrast met het organisch gegroeide materiaal, de contouren van de mens worden voorgesteld als een menselijk bouwplan, een geabstraheerde reproductie. Eckert speelt met de noesten in het hout van de planken en de boorgaten in de balken, de overgangen en de overgangstoestanden van het hout. Hout biedt haar de gelegenheid om in het beeld een momentopname uit de levenscyclus van het materiaal tussen voor en na te laten zien en dat te gebruiken om de lichamelijkheid van de mens te spiegelen.

In haar bustes is een relatie met de Renaissance sculptuur uit de 15de eeuw te herkennen. Die geïdealiseerde portretbustes uit terracota, marmer of brons, zijn evenals de houten exemplaren van Eckert axiaal en frontaal. Hier wil zij, zoals Renaissance beeldhouwers, het individuele benadrukken. Eckert werkt met fragmenten en beweegbare delen die samen tot compleet beeld worden gemaakt. Ze bestaan dus niet uit één stuk, maar uit verschillende delen samen. Ze lost een beeld in feite op in zijn materialiteit; het bouwplan is te herkennen, het maakproces te volgen. Bij de totstandkoming van haar beelden gebruikt Eckert geen modellen en schetsen. ‘De koppen ontstaan gewoonweg, voortvloeiend uit de vorm van het stuk hout. Of soms ook uit een gezicht van iemand die ik in het voorbijgaan heb waargenomen’, aldus Eckert. Er zijn beelden met een trotse houding, fragmentarische beelden, midden in het ontstaansproces en toch al in verval, naakt en onvolledig of juist compleet opgetuigd en nagenoeg onherkenbaar. De reflecties van de toeschouwer dringen niet door in de materie en moeten de buitenkant, de maskering aftasten. Dat er iets gaande is is onder het oppervlak, daarvan getuigen scheuren en woekeringen, forse inkepingen en afgeschraapte en afgebroken stukken en slordige aanvullingen op het hout.